De decembermaand is intussen volop losgebarsten. Tradities alom: sneeuwpap en witte kringen op je schoenen, schreeuwerig opgedofte kerstbomen, die kindervriend met piet en zak…. Daar bibliofielen nu eenmaal traditioneel ingestelde gezelligheidsdieren zijn, voelen ze het net als ik reeds aan hun smeltwater: in december wordt de onuitroeibare Harry Potter-reeks uit de boekenkast opgediept. Kerst heeft nu eenmaal iets toverachtigs. Verder aangemoedigd door de release van de blockbuster Harry Potter and the Deathly Hallows, vier gratis tickets voor de première van dit visuele tovergasme en een overijverige Giel D., die reeds enkele maanden de zware opgave torst om alle zeven Potterboeken na elkaar INTENGELS te doorworstelen -deze zin gaat nog even door, ja-, besloot ik dan ook het zitbeen te verheffen -luie huismus als ik ben-, mijn persoonlijke huisbibliotheek te raadplegen en Harry Potter en de Relieken van de Dood (nietintengels) opnieuw tot mij te nemen.
Laten we eerst en vooral even komaf maken met de vooroordelen van de Meerwaardezoeker die er al te snel van uit gaat dat Harry Potter voor commerciële, inhoudsloze drab staat. De eerste drie boeken geven inderdaad de indruk vooral voor kinderen bedoeld te zijn: het zijn pretentieloze, klassiek opgebouwde verhaaltjes die nét spannend genoeg zijn om eens goed van griezelen te doen, veilig verstopt onder de dekens met een zaklamp, maar die tegelijk ook net niet té grimmig worden. De eind goed, al goed-sfeer overheerst. Vanaf boek vier slaat J.K. Rowling echter duidelijk een andere weg in: voor het eerst komt een onschuldig personage - een koekegoeie jongen, die Carlo Kannewasser- om het leven en wordt een meer overkoepelend thema (de epische strijd tussen Goed en Kwaad) zichtbaar. In de hieropvolgende boeken wordt dan ook duidelijk dat Rowling de grote levensvragen, zoals goed versus kwaad en vriendschap versus macht, niet langer uit de weg gaat. Deze evolutie vertoont bovendien een mooie parallel met de eveneens tot wasdom komende puber Potter. Concreet: zoals elke goede franchise ontleent de Harry Potterreeks haar meerwaarde en op termijn tijdloze karakter aan het feit dat het verhaal vele lagen telt, waardoor zowel verrukte kleuters als academische bollebozen kunnen snoepen van dit fantastische meesterwerk.
Bijkomend pluspunt is natuurlijk dat het boeltje ook lang niet zo teenkrullend slecht is geschreven als de Twilightreeks, de vampierenfranchise die bosjes tieners en adolescenten spontaan doet hongeren naar mensenbloedworst en geheelonthouding.
Harry Potter neemt het in de Relieken van de Dood een laatste keer op tegen aartsvijand Voldemort. Hierbij schetst Rowling een grimmig beeld van een maatschappij die steeds meer in de greep komt van een totalitair regime dat minderheidsgroepen het liefst van de kaart zou vegen en ijvert naar een bloedzuivere wereld. Het mag dan ook duidelijk zijn dat Rowling leentjebuur heeft gespeeld bij andere schrijvers die reeds een gelijkaardige denkoefening maakten. Zo doet het hoofdstuk waarin Harry, Ron en Hermelien undercover proberen binnen te dringen in het Ministerie van Toverkunst en er op een propagandafabriek stoten waarin aan de lopende band anti-Dreuzelpropaganda wordt geproduceerd sterk denken aan Orwell’s 1984. Ook historische drama’s, zoals het Apartheidsregime in Zuid-Afrika en het uitroeiingsfeestje van ene Adolf hebben Rowling duidelijk aan het denken gezet. Als historica kan ik dit type verhaalopbouw echter enkel toejuichen. J.K. Rowling slaagt immers in de opgave waarin veel duffe musea het onderspit moeten delven: door de enorme populariteit en het gigantische bereik van de boeken (dixit Wikipedia: 400 miljoen verkochte exemplaren in 67 talen) laat ze een ruim publiek op een aangename manier nadenken over maatschappij, fascisme en de gevolgen van machtswellust en politieke onverdraagzaamheid.
Ook wat betreft de grenzeloze fantasie en eindeloze originele details die J.K. Rowling in de Potterboeken tentoonspreidt, is ze uiteraard een ontzagwekkend vrouwmens. Ze beschikt over de gave om miljoenen mensen mee te laten wegdrijven in de door haar geschapen magische wereld en hen even te ontlasten van alledaagse beslommeringen, zoals daar zijn geldzorgen, een ‘opgeblazen gevoel’, kaasvoeten of niet al te vlot lopende zoektocht naar werk. En is dat nu niet net hetzelfde als wat Van Nazareth, Jezus destijds probeerde te verwezenlijken met zijn bestseller: toffe verhaaltjes die zin geven aan het leven? Escapisme? Neem het van mij aan: klassiekers van morgen zien in deze tijden het levenslicht.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten